Het Comité van Ministers kwam tweemaal samen in 2025.
Op maandag 2 juni heeft het 102e Comité van Ministers (CM) van de Taalunie plaatsgevonden in het Errerahuis te Brussel.
Hierbij waren o.a. aanwezig: voorzitter Caroline Gennez (Vlaams minister van Welzijn, Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen), Cieltje Van Achter (Vlaams minister van Media en Brussel), Eppo Bruins (Nederlands minister Onderwijs, Cultuur en Wetenschap), Mariëlle Paul (Nederlands staatssecretaris voor Funderend Onderwijs en Emancipatie). Ambassadeur Gilbêrt van Lierop vertegenwoordigde de regering van Suriname.
De bewindslieden hebben het licht op groen gezet voor het nieuwe meerjarenbeleidsplan 2025-2029 en zijn verheugd over de toekenning aan de Taalunie van het extra miljoen voor de structurele versterking van de internationale neerlandistiek. Ook de samenwerking tussen Vlaanderen, Nederland en Suriname rond AI voor het Nederlands wordt versterkt.
Ons meerjarenbeleidsplan 2025-2029 werd bekrachtigd. Om richting en structuur te bieden aan alles wat wij de komende vijf jaar willen realiseren, zijn zeven strategische doelen geformuleerd. Ze zijn een vertaling van het Taalunieverdrag van 1980 naar de uitdagingen en ambities van vandaag.
Uit dit beleidsplan blijkt dat we voluit inzetten op het versterken van het Nederlands als drijvende kracht achter vooruitgang, cultuur, verbinding, handel en invloed. Door het Nederlands te versterken, versterken we onszelf, zowel dicht bij huis als wereldwijd.
Het Comité van Ministers is verheugd met de toekenning aan de Taalunie van het extra miljoen euro dat minister Eppo Bruins heeft vrijgemaakt voor de structurele versterking van de internationale neerlandistiek. Deze middelen zullen worden besteed volgens een activiteitenplan dat wij en de Internationale Vereniging voor Neerlandistiek (IVN) samen hebben opgesteld.
Tijdens de vergadering kregen de ministers een onverwachte, maar uiterst boeiende online ontmoeting met studenten en docenten uit de internationale neerlandistiek. Hierdoor werd de impact en aanwezigheid van de neerlandistiek wereldwijd op een tastbare manier zichtbaar. De deelnemers sloten online aan vanuit Tsjechië, Slovakije, Roemenië, Polen, Slovenië, Frankrijk, Italië, Duitsland, Namibië en Argentinië.
Verder wil het Comité de samenwerking rond AI voor het Nederlands versterken. Daarom hebben de ministers ingestemd met een verdiepend traject met experts en stakeholders uit Nederland en Vlaanderen. Dit traject richt zich op het ontwikkelen van een beleidsvisie, een gezamenlijke agenda en een actieplan voor AI en het Nederlands. Door deze strategische aanpak kan optimaal geprofiteerd worden van de waardevolle investeringen in AI binnen Nederland en Vlaanderen, waardoor de positie van het Nederlands in het AI-tijdperk wordt versterkt.
Woordkunstenaar Lisette Ma Neza sloot het Comité af met een poëtische reflectie.
In het Nederlands blijven investeren om onze taal sterker te maken, dat was de belangrijkste conclusie van het Comité van Ministers van de Taalunie, dat op 1 december samenkwam in de Hoftoren in Den Haag. Met die positieve boodschap gaven de ministers meteen het startsein voor het nieuwe jaarplan 2026.
Hierbij waren o.a. voorzitter Caroline Gennez (Vlaams minister van Welzijn, Armoedebestrijding, Cultuur en Gelijke Kansen) en Koen Becking (Nederlands staatssecretaris Onderwijs, Cultuur & Wetenschap) aanwezig. Tijdelijk zaakgelastigde Shefferon A.R. Kartowikromo vertegenwoordigde de regering van Suriname.
Algemeen secretaris Gunther Van Neste gaf een helder overzicht van de vooruitgang en de belangrijkste resultaten van 2025 en van de uitdagingen die in 2026 op de Taalunie afkomen. Zowel het jaarplan als de begroting voor 2026 werden unaniem goedgekeurd.
De discussienota Nederlands onder de loep schetste een genuanceerd beeld van het Nederlands: een taal die stevig verankerd is in de samenleving, maar waarvan de beheersing bij kinderen en jongeren en de waardering bij jongvolwassenen onder druk staan. Die spanning roept vragen op over de toekomst. De nieuwe resultaten van Staat van het Nederlands, die een licht positieve trend laten zien, vormen een aansporing om nog dieper in het onderzoek te duiken.
Minister Caroline Gennez: “De toekomst van het Nederlands hangt af van hoe we zelf met onze taal omgaan. Daarom moeten we jongeren laten ontdekken hoe rijk en krachtig onze taal is. Het Nederlands is bovendien een sleutel om volwaardig mee te draaien in onze samenleving. Als beleidsmakers dragen we dus een grote verantwoordelijkheid om onze taal in al haar vormen te blijven ondersteunen.”
Staatssecretaris Koen Becking: “Het Nederlands is van ons allemaal. Toch daalt het actieve gebruik en de waardering bij jongeren, doordat ze steeds minder plezier hebben in lezen en vaker Engels gebruiken. Daarom zetten we samen met de Taalunie in op samenwerking tussen onderwijs, beleid, wetenschap en samenleving voor een blijvend sterke positie van het Nederlands. Alleen met gedeelde visie en actie houden we de taal levendig en betekenisvol.”
Alles ligt op schema voor de lancering van het laatste fysieke Groene Boekje, in het najaar van 2026. Dat moment zal zeker niet onopgemerkt voorbijgaan.
Voor een poëtische noot zorgde woordkunstenaar Lisette Ma Neza, die onder muzikale begeleiding een prachtige ode aan het Nederlands bracht.
De Interparlementaire Commissie heeft eenmaal plaatsgevonden in 2025.
Op maandag 16 juni kwam de Interparlementaire Commissie (IPC) van de Taalunie samen in de Eerste Kamer in Den Haag onder leiding van afscheidnemend voorzitter Paulien Geerdink (VVD).
In de ochtendsessie werd door demissionair minister Eppo Bruins uitgebreid teruggeblikt op de recente zitting van het Comité van Ministers. Algemeen secretaris Gunther Van Neste lichtte het nieuwe meerjarenbeleidsplan van de Taalunie voor 2025–2029 toe. Namens het Comité van Ministers beantwoordde hij de parlementaire vragen van Manu Diericx (N-VA), Frédéric Erens (Vlaams Belang), Hannelore Goeman (Vooruit), Andrea van Langen-Visbeek (BBB), Daan Roovers (GroenLinks-PvdA), Kristof Slagmulder (Vlaams Belang), Griet Vanrijckegem (N-VA), Merlien Welzijn (NSC) en Raoul White (GroenLinks-PvdA).
De ochtendsessie kan u hier herbekijken.
De middagsessie stond volledig in het teken van Nederlands in de wereld. Na de introductie door Gunther Van Neste en Anne Sluijs (directeur Internationale Vereniging voor Neerlandistiek) over de rol en betekenis van de internationale neerlandistiek volgden inspirerende bijdragen van Paola Gentile (hoofddocente Nederlands aan de Universiteit Trieste), Lutgart Spaepen (senior EU-expert op het gebied van regionale ontwikkeling, kmo’s en innovatie), Uta Maria Cyprian (beleidsadviseur bij het coördinatiepunt van de districtsregering Münster) en Lesia Chaika (MA-studente Neerlandistiek uit Oekraïne aan de Károli Gáspár University in Boedapest). Zij getuigden over het belang van het Nederlands in de wereld en brachten actuele en internationale perspectieven over de positie van het Nederlands samen. De themasessie onderstreepte het belang van blijvende internationale samenwerking en versterking van het Nederlands buiten het taalgebied.
De Raad voor de Nederlandse Taal en Letteren adviseert het Comité van Ministers over het beleid van de Taalunie en vergadert vier keer per jaar.
In 2025 adviseerde de Raad het Comité over het meerjarenbeleidsplan 2025-2029 van de Taalunie en over het jaarplan 2026.
De voorzitter van de Raad nam deel aan de juni-vergadering van het Comité van Ministers en gaf daar onder meer een toelichting op de werking van de Raad. Ook werd bij deze vergadering de nieuwe adviestekst van de Raad getiteld “Nederlandse taalbeheersing als springplank naar werk” aan het Comité voorgelegd, samen met vijf concrete beleidsadviezen die eruit voortkomen.
In december legde de Raad een tweede adviestekst aan het Comité voor, getiteld “Digitale taalinfrastructuur en AI: aanbevelingen voor een verantwoord en duurzaam beleid”. Ook deze tekst werd vergezeld van concrete beleidsadviezen die eruit voortkomen.
De Raad bracht een positief advies uit aan de Surinaamse Minister van Onderwijs, wetenschap en cultuur, prof. dr. Henry Ori, over de herbenoeming van de zittende leden van de Raadscommissie Suriname: Helen Chang, Usha Balesar en Euritha Tjan-A-Way. In 2025 moest de Raad helaas afscheid nemen van Forugh Karimi en een procedure voor de voordracht van een nieuw Raadslid opstarten. Het Comité van Ministers benoemde in december Camille Welie als nieuw lid van de Raad.
Wij maken op deze website gebruik van cookies. Meer informatie.
De cookies worden niet gebruikt voor commerciële doeleinden, zoals het tonen van advertenties.
Aanvaarden